Schakel over naar de versie met lage koolstofuitstoot

België start als eerste in het Verenigd Koninkrijk een proefproject voor het digitaal markeren en sorteren van snackverpakkingen voor recycling.

July 29, 2026
door CSN-personeel

België voert de eerste grootschalige proef in Europa uit met onzichtbare digitale watermerken op flexibele snackverpakkingen. Het doel is om chipszakjes, koekjeswrappers en soortgelijke folieplastics te hergebruiken in nieuwe voedselverpakkingen. Hiermee wordt een van de meest hardnekkige knelpunten in de plasticrecycling aangepakt.

Het project brengt Mondelēz International, Ferrero, PepsiCo en Pladis samen. Fost Plus, de Belgische organisatie voor de recycling van huishoudelijke verpakkingen, coördineert het initiatief. Het valt onder het HolyGrail 2030-programma voor circulaire verpakkingen, in samenwerking met Digimarc, specialist in digitale watermerken.

Hoe het watermerksysteem werkt

Elk verpakkingsonderdeel is voorzien van een onzichtbare digitale code die tijdens de productie is aangebracht. Philippe Gendebien, business innovation manager bij Fost Plus, legde de technologie helder uit. "Het is vergelijkbaar met een QR-code, onzichtbaar voor het blote oog, die informatie bevat over wat er ooit in de verpakking zat", zei hij. "Wanneer een pakket via de PMD-zak bij een sorteercentrum aankomt, kunnen camera's op de sorteerlijn die code lezen en het pakket automatisch naar de juiste afvalstroom sturen."

België sorteert verpakkingen al in 16 materiaalstromen. Deze technologie voegt daar nog een onderscheid aan toe. Sorteersystemen kunnen nu flexibele kunststoffen die met voedsel in contact komen scheiden van folieverpakkingen die niet voor voedsel bestemd zijn. Die scheiding is belangrijk voor de voedselveiligheid. Gerecycled materiaal dat in voedselverpakkingen wordt gebruikt, moet voldoen aan strenge wettelijke normen. Sorteerinstallaties beschikten van oudsher niet over de precisie om die scheiding betrouwbaar te kunnen uitvoeren.

Gendebien verwoordde het treffend: "Hoewel we verpakkingen tegenwoordig al in 16 materiaalstromen sorteren, stelt deze technologie ons in staat een extra stap toe te voegen, waarbij we ook onderscheid maken tussen voedsel- en non-foodverpakkingen."

De regelgevingsdruk achter het proces

Europese regelgevers scherpen de eisen voor gerecycled materiaal aan. De EU-verordening inzake verpakkingen en verpakkingsafval vereist dat plastic voedselverpakkingen tegen 2030 ten minste tien procent gerecycled materiaal bevatten. Uit een in juni gepubliceerd onderzoek blijkt dat de EU tegen 2030 2.5 miljoen ton aan gerecycled flexibel plastic verpakkingsmateriaal nodig heeft om aan deze doelstellingen te voldoen. Dit cijfer illustreert de omvang van het tekort aan aanbod waarmee merken en recyclingbedrijven worden geconfronteerd.

Flexibele kunststoffen vallen al lange tijd buiten het recyclingproces dat wel stijve verpakkingen zoals flessen en trays verwerkt. Mechanische recyclingsystemen accepteren gerecycled PET uit drankflessen voor hergebruik in voedselverpakkingen. Flexibele snackverpakkingen kwamen over het algemeen niet in aanmerking, omdat sorteerinstallaties ze niet met voldoende zekerheid konden scheiden.

De Belgische proef werkt op productniveau. De verpakking krijgt een watermerk voordat de consument deze te zien krijgt. Camera's in sorteercentra lezen vervolgens dat merk en leiden de plastic folie naar een aparte stroom voor herverwerking.

HolyGrail 2030 bouwt voort op het eerdere HolyGrail 2.0-programma, waarin digitale watermerken op harde kunststoffen werden getest. Volgens Fost Plus werden in Duitsland tussen augustus en december 2024 5.6 miljoen harde plastic producten met watermerken gesorteerd tijdens industriële tests. Eerder in 2024 werden bij afzonderlijke proeven met succes polyethyleen- en polypropyleenfolies gescheiden van gemengd verpakkingsafval.

Uit semi-industriële tests is gebleken dat camera's gemarkeerde verpakkingen met een hoge nauwkeurigheid kunnen herkennen, zelfs wanneer de inhoud vuil, verfrommeld of samengedrukt is. Deze bevinding is van belang voor sorteerlijnen in de praktijk, waar verpakkingen in wisselende staat aankomen.

Het Belgische pilotproject is bedoeld om zowel de technische prestaties als de commerciële haalbaarheid aan te tonen. Na de operationele fase zal het initiatief de eindgebruiksmogelijkheden van het teruggewonnen materiaal onderzoeken. Ook zal worden beoordeeld of het proces een bredere marktintroductie kan ondersteunen.

Wat succes zou kunnen betekenen voor de Europese markten

Voor België biedt de proef een manier om laagwaardige snackverpakkingen om te zetten in hoogwaardiger gerecycled materiaal. Het land zamelt huishoudelijke verpakkingen in via het PMD-zakkensysteem, wat Fost Plus een gestructureerde inzamelbasis biedt om mee te werken.

Als de proef succesvol blijkt, kan dit andere Europese markten een bruikbaar model bieden. Veel landen kampen met dezelfde combinatie van regelgevingsdruk en ontoereikende sorteerinfrastructuur voor flexibele kunststoffen. Een bewezen, schaalbare aanpak voor het hergebruik van folie van voedselkwaliteit zou een praktische aanwinst zijn voor elke markt die de doelstellingen voor gerecycled materiaal in 2030 wil halen.

Het initiatief heeft nog geen definitieve afzetmarkten voor het teruggewonnen materiaal. Fost Plus heeft aangegeven dat de evaluatie na de ingebruikname die vraag zal beantwoorden. Of merken en verwerkers overeenstemming kunnen bereiken over prijs en volume, zal bepalen of de technologie van proefproject naar standaardpraktijk overgaat.