India heeft een investering van 2.1 miljard dollar aangekondigd in koolstofafvang en -opslag, gericht op de moeilijkst te verduurzamen industriële sectoren. Deze toezegging is een van de grootste individuele investeringen in koolstofafvangtechnologie door een opkomende economie en duidt op een wezenlijke verschuiving in de manier waarop India zijn klimaatdoelstellingen wil bereiken zonder zijn industriële basis te ontmantelen.
Waarom de zware industrie de grootste uitdaging vormt
Staal, cement en chemicaliën zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de industriële emissies in India. Deze sectoren kunnen niet alleen door elektrificatie koolstofvrij worden gemaakt. Koolstofafvang, -benutting en -opslag, ook wel CCUS genoemd, blijft een van de weinige technisch haalbare manieren om procesemissies te verminderen van installaties waar verbranding een integraal onderdeel is van de chemische productie.
De Indiase staalsector produceert jaarlijks zo'n 120 miljoen ton staal, en het land streeft naar een capaciteit van 300 miljoen ton in 2030. Het overgrote deel van die productie is gebaseerd op hoogovens op kolen. Het is economisch noch logistiek haalbaar om die infrastructuur binnen tien jaar te vervangen. CCUS biedt een manier om de emissies van bestaande installaties te verminderen, terwijl er tegelijkertijd nieuwe, koolstofarme capaciteit wordt gebouwd.
Het IEA heeft CCUS (koolstofafvang en -opslag) consequent aangemerkt als essentieel voor het bereiken van netto nul-emissies wereldwijd, met name voor industriële processen. De routekaart 'Netto nul in 2050' projecteert dat koolstofafvang jaarlijks meer dan 1.6 miljard ton CO2 moet vastleggen tegen 2030 om op koers te blijven. De huidige wereldwijde capaciteit ligt ver onder die drempel, waardoor nationale toezeggingen van deze omvang van groot belang zijn.
De beleidsstructuur achter de aankondiging
De investeringen van India staan niet op zichzelf. De overheid werkt al jaren aan een beleidskader voor de decarbonisatie van de industrie. De herziene Nationally Determined Contribution (NDC), ingediend in het kader van het Akkoord van Parijs, verplicht India ertoe de emissie-intensiteit van zijn bbp met 45 procent te verlagen ten opzichte van het niveau van 2005, uiterlijk in 2030. Investeringen in koolstofafvang in de zware industrie dragen direct bij aan deze op intensiteit gebaseerde doelstelling.
De financieringsstructuur is net zo belangrijk als het bedrag zelf. Als de 2.1 miljard dollar voornamelijk via publieke financieringsmechanismen stroomt, zal er particulier kapitaal moeten worden aangetrokken om een zinvolle schaal te bereiken. De Indiase binnenlandse markt voor groene financiering groeit, maar blijft relatief klein in vergelijking met de investeringsbehoeften voor de decarbonisatie van de industrie. Het vermogen van de overheid om financierbare projectstructuren te ontwerpen, zal bepalen of deze toezegging zich vertaalt in operationele capaciteit voor CO2-afvang of dat het een ambitie blijft.
Internationale klimaatfinanciering is ook een variabele factor. India heeft tijdens de COP-onderhandelingen consequent betoogd dat ontwikkelde landen hun toezeggingen moeten nakomen om opkomende economieën te ondersteunen bij de inzet van kostbare technologieën voor klimaatmitigatie. CCUS is duur. De afvangkosten voor industriële toepassingen variëren doorgaans van 50 tot meer dan 100 dollar per ton CO2, afhankelijk van de concentratie van de bron en de geologische opslagomstandigheden. Zonder gunstige financiering of technologieoverdracht blijven de economische aspecten een uitdaging voor Indiase projectontwikkelaars.
Implicaties voor investeerders en markten
Voor klimaatinvesteerders opent de aankondiging een specifieke reeks mogelijkheden. Ingenieurs-, inkoop- en bouwbedrijven met ervaring in CCUS-projecten zullen merken dat India een actievere markt is. Leveranciers van apparatuur, geologische onderzoeksbureaus en ontwikkelaars van CO2-transportinfrastructuur kunnen allemaal profiteren als de projecten daadwerkelijk worden gerealiseerd.
De aankondiging heeft ook gevolgen voor de opkomende koolstofmarkt in India. Het land ontwikkelt een nationaal koolstofkredietmechanisme in het kader van de Energy Conservation (Amendment) Act van 2022. Industriële installaties die koolstofafvang toepassen, zouden binnen dat systeem kredieten kunnen genereren, waardoor de projecteconomie verbetert en extra particuliere investeringen worden aangetrokken. De wisselwerking tussen de inzet van CCUS en het ontwerp van de koolstofmarkt zal een cruciale variabele zijn die projectontwikkelaars in de gaten moeten houden.
De risico's blijven reëel. India heeft in het verleden ambitieuze doelstellingen voor schone energie aangekondigd, maar de uitvoering liet soms te wensen over. Het geologische opslagpotentieel van CO2 in het land is nog niet volledig in kaart gebracht en de regelgeving voor opslagrechten in de ondergrond is nog in ontwikkeling. Dit zijn geen onoverkomelijke obstakels, maar ze vereisen wel gerichte beleidsaandacht voordat grootschalige implementatie van start kan gaan.
Wat volgt
De geloofwaardigheid van deze toezegging zal de komende 24 tot 36 maanden op de proef worden gesteld. Concrete projectgoedkeuringen, wettelijke goedkeuringen voor opslaglocaties en de mobilisatie van particuliere co-investeringen zullen dienen als de werkelijke indicatoren van vooruitgang. India's traject van industriële decarbonisatie is van wereldwijd belang. Als 's werelds derde grootste uitstoter zullen het tempo en de methode van de industriële transitie bepalend zijn voor zowel de wereldwijde temperatuurontwikkeling als de commerciële haalbaarheid van CCUS-technologie op grote schaal.




